Publicitad R▼
uitputten
afbeulen, afjakkeren, afpeigeren, ondermijnen, slopen, uitmergelen
uitputten (v.)
afbeulen, afgrazen, afjagen, afjakkeren, aftobben, nekken, onttrekken, slopen, uitmergelen
uitputten (v. trans.)
Publicidad ▼
Ver también
uitputten (v. trans.)
↘ afmattend, afmatting, bewerkelijk, hard, lastig, moeilijk, moeizaam, penibel, pijnlijk, slopend, uitputtend, uitputting, zwaar
uitputten (v.)
↘ mat, uitputting
Publicidad ▼
uitputten
uitputten (n.)
uitputten (v.)
uitputten (v.)
mettre à sec qqch (fr)[Classe]
(pomp)[termes liés]
uitputten (v.)
uitputten (v. tr.)
Contenido de sensagent
computado en 0,343s