Publicitad R▼
steunen
aanhangen, begunstigen, berusten, beschermen, bijstaan, dragen, helpen, hijgen, kermen, kreunen, leunen, ruggesteunen, rusten, schoren, schragen, sterken, stutten, zuchten
steunen (v.)
afgaan, bebouwen, berusten, berusten op, betoelagen, betrouwen, bijhouden, bijstaan, bijvallen, bouwen, doormaken, doorstaan, dulden, gedogen, geloven, getroosten, harden, incasseren, kreunen, leunen, onderbouwen, ondergaan, onderhouden, onderschoren, onderschragen, ondersteunen, onderstutten, rekenen, rusten op, rusten tegen, schoren, schragen, staan, staande houden, stenen, stoelen, stoelen op, stutten, subsidiëren, toelaten, tolereren, uithouden, uitstaan, velen, verdragen, verduren, verlaten, vertrouwen, verwerken, zetten tegen, zuchten, dragen (figuurlijk, oneigenlijk)
steun
adhesie, assistentie, bijstand, bijval, drager, houvast, hulp, medewerking, ondersteuning, ruggesteun, stut, subsidie, sympathie, tegemoetkoming, toeverlaat, toevlucht, troost, uitkering, zegen
steun (n.)
bemoediging, console, karbeel, kraagsteen, kraagstuk, ondersteuning, steunpilaar, support
steun (n.m.)
armsteun, beer, bijstand, doopmoeder, geruststelling, houder, hulp, hulpbetoon, hulpverlening, meter, onderstel, ondersteuning, onderwerk, peetmoeder, peettante, petemoei, ruggensteun, ruggesteun, rugsteun, RWW, schoorpijler, sociale verzekering, sponsor, stempelgeld, steunbeer, steunder, stut, support, uitkering, vervangingsinkomen, volksverzekering, wagenstel
Publicidad ▼
Ver también
steunen (v. trans.)
steunen (v.)
↘ aannemen, draaglijk, ruimdenkend, steun, te verdragen, uit te houden, verdraaglijk, verdraagzaam ≠ afvragen, bevroeden, niet vertrouwen, verdenken, vermoeden, wantrouwen
steun (n.m.)
↗ bedienen, bijstaan, gerieven, helpen, hulp verlenen, meehelpen, meewerken, ondersteunen, onderstutten, pousseren, ruggesteunen, schragen, staan achter, staande houden, steunen, stutten, van dienst zijn, vooruithelpen, zetten tegen
⇨ EGKS-steun • economische steun • evaluatie van de steun • financiële steun • monetaire steun • regionale steun • sectoriële steun • steun aan de bouwnijverheid • steun aan de industrie • steun aan de landbouw • steun aan de markt • steun aan ondernemingen • steun per hectare • steun van een motie • steun voor de terugkeer • steun voor de voet • steun voor herplaatsing • steun voor herstructurering • steun voor omschakeling
⇨
aanvullende productgerichte steun • economische steun • evaluatie van de steun • financiële steun • monetaire steun • regionale steun • sectoriële steun • steun aan de bouwnijverheid • steun aan de industrie • steun aan de landbouw • steun aan de markt • steun aan ondernemingen • steun per hectare • steun voor de terugkeer • steun voor herstructurering • steun voor omschakeling
⇨ Duimen (steun) • Kerk van de Levende God, Pilaar en Steun van de Waarheid, Licht van de Wereld • Steun Aan Argentijnse Moeders
Publicidad ▼
steunen
bewilligen, goedkeuren, inwilligen, toestemmen[Hyper.]
bemoediging, ondersteuning, steun, steunpilaar, support - achterban, achtergrondkoor, backing, basis, kampioenschap, rugdekking - endorsement, indorsement (en) - flaptekst - endossant - bondgenoot, donateur, donatrice, medestander, supporter, voorvechter, vriend - aanmoedigend, steunend[Dérivé]
bevestigen[Domaine]
steunen (v.)
porter, soutenir qqch (fr)[Classe]
munir d'un support, d'un soutien matériel (fr)[Classe]
dessous (fr)[termes liés]
charpente (fr)[DomaineCollocation]
étançon (fr)[GenV+comp]
steunen (v.)
anticiperen, vooruitlopen[Hyper.]
reliance, trust (en) - idee, impressie, indruk - gelovige[Dérivé]
steunen (v.)
klagen, urmen[Hyper.]
steunen (v.)
steunen (v.)
steunen (v.)
steunen (v.)
steunen (v.)
steunen (v.)
steunen (v.)
être l'objet de qqch de non désiré (fr)[Classe]
résister (fr)[Classe]
éprouver une douleur physique (fr)[Classe]
verdragen; uitstaan; doormaken; doorstaan; uithouden; tolereren; dulden; bestand zijn tegen[ClasseHyper.]
permettre (autoriser) (fr)[Classe]
steunen (v. intr.)
se plaindre (fr)[Classe]
steunen (v. tr.)
steunen (v. tr.)
steun
steun (m. s.)
steunder; steun; stut; draagbalk; drager; onderstel; houder[ClasseHyper.]
chose non tangible qui protège (fr)[Classe]
chose placée sous (fr)[Classe...]
steun (m. s.)
steun (m. s.)
bienfait (fr)[Classe]
bijstand; hulpbetoon; hulpverlening; ondersteuning; hulp; steun; geruststelling[ClasseHyper.]
appui, soutien, support matériel (fr)[Classe...]
action d'aider (fr)[Classe]
zonder hulp van[Syntagme]
steun (m. s.)
draagconstructie[Hyper.]
steun (m. s.)
steun (m. s.)
aansporing[Classe]
bijstand; hulpbetoon; hulpverlening; ondersteuning; hulp; steun; geruststelling[Classe]
action d'aider (fr)[Classe]
ondersteunen, ruggesteunen, staan achter[Nominalisation]
zonder hulp van[Syntagme]
steun (m. s.)
assurantie; verzekering[Classe]
steun (m. s.)
steun (m. s.)
steun (m. s.)
steun (m. s.)
steun (m. s.)
influence (en) - determinant[Hyper.]
steun (m. s.)
mur de soutien d'une maison ou de bâtiment (fr)[Classe]
arc et voûte (fr)[DomainDescrip.]
extérieur d'une église (édifice) (fr)[DomainDescrip.]
steun (n.)
steun (n.)
Contenido de sensagent
computado en 0,093s